dinsdag 11 oktober 2016

Word wakker!!

We hebben een nieuw wek- en waarschuwingssysteem nodig!
Voor de onwetenden onder ons zal ik eerst uitleggen wat dit systeem inhoudt.
Bij dove mensen heb je niet veel aan een gewone deurbel. Die hoor je namelijk niet, behalve als je een oplettende hond hebt. Onze hond bijvoorbeeld gaat blaffend door het huis als de bel gaat en daaraan kan ik zien dat iemand voor de deur staat.
Maar het gebeurt ook regelmatig dat meneer geen zin heeft en niet alert reageert. En ja, dan is de kans groot dat iemand lang voor de deur staat te koukleumen totdat 'ie binnen gelaten wordt.

Daarom bestaan er gelukkig flitslampen; als men op de deurbel drukt, gaan in dit geval binnen overal flitslampen af. Het ziet eruit alsof er plotseling heel veel foto's gemaakt worden, zo'n licht is het. Kan je dus niet missen en daardoor weten we: 'he, er staat iemand voor de deur'.

Daarnaast bestaat het systeem ook uit een speciale wekker en rookmelder voor doven en slechthorenden.
De wekker ziet eruit als een gewone wekker, maar er zit een trilschijf aan vast. Dat leg je onder je kussen en als de wekker afgaat, dan gaat het dus trillen. Je kunt het instellen op harde en zachte tril, net wat je nodig hebt om wakker te kunnen worden.
En de rookmelder geeft seinen door als er rook gesignaleerd word, via de lampen of trilschijf van je wekker, waardoor we dus ook gewaarschuwd kunnen worden als er brand in huis ontstaat.
Heel handig en erg belangrijk dus, zo'n systeem.

Nu is het al 9 jaar geleden dat we voor het laatst dit systeem hebben aangevraagd. Omdat een aantal onderdelen niet meer goed werken, wordt het tijd voor een nieuwe.
Ik ben dus gaan googlen op internet, en al snel vond ik een site waar je dit kunt bestellen. Het bestellen gaat makkelijk en is klantvriendelijk. Je geeft je naam en adres door en vertelt erbij bij welke zorgverzekering je bent aangesloten en dan wordt alles geregeld.
Heerlijk, inkopen doen vanuit je luie stoel!

Totdat ik op de aanvraag pagina klikte waarop duidelijk beschreven werd hoe de aanvraag ingediend kon worden.
Er stond bij: stuur het formulier samen met het functioneel voorschrift en audiogram naar ons op. 

In het kort wil dat zeggen dat ik een papiertje nodig heb van de audioloog of KNO-arts waarop staat dat ik doof ben.
En daarnaast als bewijs een audiogram van maximaal 1 jaar oud.
Opnieuw voor de onwetenden onder ons: een audiogram is een A-4tje met een grafiekje erop waarop je kan zien hoe doof iemand is.
Zo'n audiogram heb ik liggen in mijn administratie-map.
Perfect!
Alleen is het ouder dan 1 jaar.... zucht....

Ik baalde ervan, ik had echt geen zin om een afspraak te moeten maken met het Audiologisch Centrum voor een gehoortest.
De reden dat ik er geen zin in heb, is dat het resultaat al mijn hele leven hetzelfde is.
Gek eigenlijk! Ik dacht dat ik de enige was die dacht dat als je later groot bent, dat je dan weer kan horen...
Maar blijkbaar denken zorgverzekeraars dat ook! :-)

Maar alle gekheid op een stokje: begrijpt iemand waar dit nou voor nodig is?
Waarom moet een doof persoon die hulpmiddelen aanvraagt elke keer opnieuw een gehoortest ondergaan en aantonen dat diegene echt doof is?
Dat snap ik dus echt niet.

Daarom heb ik contact opgenomen met de zorgverzekeraar en hierover geklaagd.
Ik heb aangegeven dat ik het zeer klantonvriendelijk vind.
Ik heb aangegeven dat ik mijn tijd beter kan besteden. Ik heb aangegeven dat ik al 44 en een half jaar doof ben.
En ik heb aangegeven dat ik dit zat ben!

Hun reactie: ze begrepen mijn frustratie en ze zouden het als signaal doorgeven aan besluitvormende teams die deze regeltjes bedenken. Ik heb nog gevraagd of het niet meteen aangepast kon worden. Maar helaas.

Dus nu wacht ik totdat het signaal opgepikt wordt. Ik wacht totdat er iets geregeld is.
Ik wacht op het moment, dat als een of andere tiepmiep van de zorgverzekering (of andere overheidsinstanties) mijn naam of BSN nummer intikt, er meteen met flash-bewegende beelden het woord DOOF! op het scherm verschijnt.
En dan ga ik die aanvraag doen voor een nieuw wek- en waarschuwingssysteem.

En die persoon aan de deur, tja... ik hoop dat mijn hond dan blaft.









(wil je meer  weten over wek- en waarschuwingssystemen, klik dan op de volgende link: http://www.multicaresystems.nl/hulpmiddelen/wek-en-waarschuwingssysteem/)


donderdag 29 september 2016

Horend in een doof lichaam

In de dovengemeenschap maakt men onderscheid tussen doof met een kleine -d- en doof met de hoofdletter -D-.
Doof met de kleine -d- houdt in dat je je doofheid ervaart als een beperking. Als iets waar je niet blij mee bent en onhandig vindt. Het kan je leven negatief bepalen.
Doof met de hoofdletter D houdt in dat je je identiteit ontleent aan je doofheid. Je bent Cultureel Doof. Je bent er trots op dat je doof bent en je maakt deel uit van de dovengemeenschap.
Binnen de dovengemeenschap is mij die vraag wel eens gesteld: "ben je doof met de kleine of hoofdletter -D-?".
Ik antwoordde altijd: "hoofdletter D natuurlijk!".
Dat was in het begin, toen ik pas kwam rondsnuffelen binnen de dovengemeenschap. Dat is nu ongeveer 12 jaar geleden.
Alles was nieuw voor mij. Ik vond het machtig interessant hoe doven met elkaar een eigen culturele groep vormden; met eigen theatervoorstellingen, gebarencafés en dovensport (nou ja, ik ben niet sportief aangelegd, maar er worden toernooien georganiseerd door doven, voor doven. Daar ben ik dus wel eens wezen kijken, twee keer of zoiets ;-).

Maar nu begin ik me steeds meer af te vragen of ik echt doof met de hoofdletter -D- ben.
Maar volgens mij is het niet zo zwart-wit als men zou willen. Volgens mij zijn er heel veel tinten grijs, en ben ik de ene keer doof met de kleine letter -d- en de andere keer doof met de hoofdletter -D-.

Een voorbeeld; ik liep in het bos met de hond. Verderop stond een meneer die bij mij in de buurt woont. Hij stond aandachtig naar een boom te kijken en toen hij me zag aankomen, begon hij tegen mij te praten. Maar ik verstond hem niet, dus ik zei dat.
Hij begon een beetje met ondersteunende gebaren te vertellen over de wind in de bomen, maar ik snapte niet zo goed wat hij bedoelde. Hij uitte zich een beetje onhandig.
Het was een beetje onbenullig naar mijn idee, dus ik ging er verder niet op in. Keek een beetje mee naar de bomen, en wist niet meer te zeggen dan: 'ja, het is wel mooi!'..
'Jeetje', dacht ik later, 'waar ging het over?'.
Zie je het voor je, twee mensen in het bos, die naar de toppen van de bomen staan te kijken, en de een niet wetend wat de ander nou precies bedoelt met die wind?

Maar toen ik verder liep, realiseerde ik me dat niet alleen ik, maar ook hij zich beperkt voelde. Ik omdat ik hem niet kon verstaan, en hij omdat hij niet wist hoe hij het me duidelijk kon maken.
Ik voelde me op dat moment doof met de kleine letter -d-, en hij wellicht horend met de kleine
letter -h-   :-)

Pas geleden was Gebarentaal voor Iedereen (een onderneming van mijn compagnon en mij) bij een live uitzending van een jongerenzender uitgenodigd, om iets te vertellen over Gebarentaal.
Ik zou namens Gebarentaal voor Iedereen erheen gaan.
De uitzending was interactief, dat wil zeggen dat jongeren via sociale media konden reageren op wat ik vertelde, en op hun reacties kon vanuit de studio meteen worden ingespeeld.
Dit houdt in dat de communicatie in de uitzending snel ging..ik schakelde hierdoor gelijk over op gesproken Nederlands, en mijn gebaren vielen helemaal weg.
Hierdoor werd het programma helaas niet toegankelijk voor dove mensen.
Na de uitzending kreeg ik het op mijn kop van twee goede vrienden van mij.
De opmerking: ' hoe kan je nou over Gebarentaal praten en het zelf niet gebruiken?' sneed als een mes door mijn ziel.
Ik wist zeker dat de dovengemeenschap heel teleurgesteld zou zijn.
Logisch, ik ben zelf ook altijd teleurgesteld als er een programma is over doofheid en gebarentaal, en het is niet te volgen.
De schaamte was groot. Mijn letter -d- was klein...

Maar zelfonderzoek is mij niet vreemd, dus ik ben gaan analyseren hoe dat komt. Waarom is dit gebeurd?
Waarom praatte ik met stem, zonder gebaren, in een tv uitzending over Gebarentaal?

Van te voren had ik namelijk wel nagedacht over de communicatie.
Ik wist dat ik, door mijn eigen stem te gebruiken, duidelijker kon zijn voor horenden over Gebarentaal en doofheid, dan als ik het in Gebarentaal had gedaan. En omdat de doelgroep van de live uitzending overwegend horende jongeren zijn, wilde ik mijn stem gebruiken, ondersteund met gebaren.
Zo had ik het voor mijzelf besloten. Echter in de praktijk vielen mijn gebaren weg, en leek het net alsof daar een horende in de uitzending zat. Een horende in een doof lichaam.

En ja, zo voel ik me regelmatig. Horend in een doof lichaam. Doof met een kleine -d-, maar ook doof met de grote -D-.
Want Gebarentaal maakt alles toegankelijk voor mij, terwijl ik met mijn stem heel goed mezelf kan uitdrukken en duidelijk kan maken wat ik te vertellen heb.
En dat ben ik:  Niet met kleine letter of grote letters, maar gewoon Iris!



wil je de uitzending terug kijken? klik dan op de volgende link:
https://www.youtube.com/watch?v=C8GzvLQVQSo
lieve dove mensen, dit is helaas NIET ondertiteld, sorry :-(

Wèl ondertiteld is via deze link https://www.youtube.com/watch?v=RJnyVBbgtwo (een compilatie van de uitzending).

Wil je meer weten over de onderneming die ik samen met mijn compagnon Tom heb: www.gebarentaalvooriedereen.nl
























maandag 12 september 2016

Later als ik groot ben...


Later als ik groot ben...
Ieder kind fantaseert daarover en dromen over grootse beroepen zoals kapper, piloot, brandweerman of schooljuffrouw.
Ik droomde niet over een beroep voor later, maar wat ik wel dacht was, als ik later groot zou zijn, ik weer zou kunnen horen...
Ik heb een periode gehad in mijn jeugd, dat ik ervan overtuigd was dat dat zou gebeuren.
Als je erover nadenkt, is het ook logisch. Ik was in mijn hele jonge leventje nog geen volwassen doof persoon tegen gekomen. Iedereen was goed horend, dus het kon niet anders of ik zou wel over mijn doofheid heen groeien.

Toen mijn broertje naar de peuterspeelzaal ging, ik zal een jaar of 8 zijn geweest, speelde hij veel met een jongetje uit de buurt.
Weer een tijd later, ik denk rond mijn 10e levensjaar, werd ik me ervan bewust dat de ouders van dat jongetje, net als ik, ook doof zijn.

Ik kan me nog een voorval herinneren; ik moest mijn broertje ophalen bij dat jongetje thuis.
Ze woonden twee straten verderop. Ik ging er op de fiets heen, en belde aan. Ik zag binnen allemaal lampen flitsen en schrok er best wel van. Het zag er raar uit. Toen kwam de moeder aan de deur, en ze had een hele vreemde stem en ze deed haar gezicht zo raar (was gewoon mimiek en gebarentaal wat zij deed).
Ik wist dat echter niet, ik had nog nooit deze vorm van communicatie gezien en kon alleen maar denken: 'is ze niet goed bij haar hoofd?'.

Die moeder is een ontzettend lieve vrouw, maar zij bracht mijn wereldbeeld aan wankelen.
'Zijn alle doven zo?', vroeg ik me af. Maken ze allemaal zo'n rare gebaren en trekken ze allemaal van die vreemde gezichten erbij?
Ik vond het zeer confronterend.
Mijn hele wereld bestond uit 'normale' mensen en ik wilde hetzelfde zijn als iedereen en niet anders. Dus diep in mij nam ik een besluit en dat was dat ik nooit met dove mensen wilde omgaan. Daar kon ik me niet mee identificeren.

Op het schoolplein hadden we in een groepje ook gesprekjes over later als we groot werden, hoe het dan moest. Daar maakten we ons best druk over.
Want als je slechthorend bleef, maar je wilde wel een baby, hoe deed je dat dan? De beste oplossing was volgens ons een horende partner te nemen, die kon je dan bij alles helpen.
(even tussendoor: over het woordje -slechthorend-; ik gebruikte dat woord altijd als kind; 'ik ben slechthorend', want dan leek het niet zo erg. Doof zijn was in onze optiek ernstiger en heftiger)

Ik had dus een negatief zelfbeeld met betrekking tot mijn doofheid, zag mezelf als iemand met een beperking. Iemand met een aandoening, iemand die niet volledig was.
Maar dat liet ik naar de buitenwereld toe niet merken. Het leuke van doof-zijn is dat je het goed kan verbergen. Het is niet zichtbaar. Dus daar maakte ik dankbaar gebruik van :-)

In mijn geval ging dat best ver. Ik had overlevingsstrategieën waar men zich helemaal niet van bewust was. Nu weet ik dat er meer doven zijn, die hetzelfde deden.
Ik zal er een paar noemen;

1. Gewoon anderen nadoen: bijvoorbeeld tijdens de gymles. De docent geeft instructies. Ik verstond dat nooit, maar hield mijn mond. Als we dan moesten beginnen, dan keek ik gewoon heel goed om mij heen, en deed na wat anderen deden. Zo leek het net of ik alles gewoon verstaan had. Handig toch?

2. In de klas op de middelbare school, schuin in het schriftje van mijn klasgenoot kijken wat hij/zij opschreef. Later durfde ik wel te vragen of ik het even mocht overschrijven.
Thuis hele teksten doorlezen, om de les in te halen, want daar had ik tijdens de lessen niks van meegekregen. En de docent? Die had niks door...

3. Zelf heel veel praten. Zolang ik zelf aan het woord was, wist ik waar het gesprek over ging en was de kans op miscommunicatie een stuk kleiner. Totdat het onderwerp soms plotseling veranderde, zonder dat ik het in de gaten had. Tja, ik denk dat een paar klasgenoten van mij dan wel raar opgekeken hebben...

4. Heel goed naar het gezicht van de ander kijken, terwijl die persoon praat. Soms verstond ik er geen bal van, maar wist toch op het juiste moment 'ja, ja' te knikken of zoiets, waardoor de gesprekspartner het gevoel had van: ' ze verstaat me'.

En al deze strategieën zijn heel logisch.
Want stel dat ik toen assertief genoeg was om te zeggen dat ik het niet kon verstaan, dan moest ik elke halve minuut wel mijn vinger opsteken.
En eerlijk is eerlijk, dan ga je je toch ergeren aan doven?
En dan de laatste vraag ter overdenking:
bestaat er 1 persoon in de wereld die zo assertief is, dat als die in gezelschap verkeert waar de taal niet eigen is, zonder tolk, die dan elke halve minuut aan de bel durf te trekken?

Ik geloof er niks van...










dinsdag 30 augustus 2016

verjaardagsfeestje

Vorige week, nadat we weer thuis waren uit Spanje, hadden we drie (!!!) feestjes.
Over 1 van die feestjes wil ik iets vertellen. Het was bij een vriendin die jarig was.
Het was een gezellig feestje, ongeveer 25 personen waren er. Hiervan was de helft doof en de andere helft horend.
Geen probleem verder, maar toch zie je dan altijd twee 'kampen' ontstaan, het 'horend- en doven- kamp'.

De doven zoeken de gezelligheid van hun soortgenoten op, en de horenden doen dat ook.
Logisch ook, iedereen zoekt de makkelijkste weg om te communiceren. Als je geen Gebarentaal kent, dan gaat men niet zo gauw met doven kletsen.
En andersom, doven hebben er geen zin in om met moeite gesproken gesprekken te volgen.

Naarmate de avond vorderde, nam het aantal horende gasten langzaam af. Op een gegeven moment was er nog 1 horende gast over.
De doven zaten in een grote groep bij elkaar, en er was een heel leuk gesprek gaande. Het was zo gezellig dat een aantal vrouwen de slappe lach kregen.
Maar die ene vrouw die over was gebleven kon het niet zo goed volgen. Ze is wel bezig met een Gebarentaal-cursus, maar nog niet vaardig genoeg om de snelle gebaren onder de doven te kunnen 'verstaan'.
Ik vond het best wel dapper dat ze bleef zitten; zelf zou ik in zo'n situatie kopjes gaan opruimen of gaan afwassen.
Daags na het feestje vroeg ik me af hoe ze dat nu ervaren had. Vond ze het wel leuk? Voelde ze zich niet buitengesloten of opgelaten?

Ik heb heel veel verjaardagsfeestjes meegemaakt, vroeger dus alleen maar horende feestjes. Ik ben dol op feestjes, vind het leuk om onder de mensen te zijn, en daarom ging ik graag. Als ik merkte dat de gesprekken voor mij niet goed te volgen was, dan had ik zo mijn strategie om er toch iets leuks van te maken. Ik zocht personen op waarmee ik 1-op-1 ging kletsen, of ik ging de jarige helpen in de keuken (dan heb je ook leuke gesprekken).
Wat ik ook regelmatig deed is doen alsof ik alles kon verstaan. Dan lachte ik gewoon mee als iedereen lachte. Ik fakete dat ik het leuk vond. Gewoon omdat ik geen zin om steeds te moeten vragen waarover het gesprek ging. Zeker op feestjes blijf je dan aan de gang.
Wat mij verbaast, is dat men dat fake-gedoe helemaal niet in de gaten had...

Toen ik een relatie kreeg met Nico (mijn man), nam hij me mee naar een verjaardagsfeestje van een vriend van hem. Voor mij was het spannend, het was voor mij een van de eerste keren dat ik dove mensen zou ontmoeten.
Toen ik er eenmaal was, had ik het gevoel in een warm bad beland te zijn. Het was zo leuk! Ik kon alles volgen! Het was een openbaring!
Ik realiseerde me toen dat ik op horende feestjes heel veel gemist heb. Ik kon de grapjes nu gewoon verstaan! Nooit eerder had ik zo'n leuke avond als toen.
De toegankelijkheid tot communicatie is zo'n groot verschil, ik had nooit beseft dat het zoveel uitmaakte.
Voor mij was het alsof ik in de hemel terecht was gekomen.

Ik vraag me af of men zich realiseert wat doven moeten missen in horend gezelschap.
Dat kan in gezinsverband zijn, maar ook binnen familiebijeenkomsten, op school, studie en werk. Overal waar doven komen is het afwachten of de communicatie wel volledig toegankelijk is
(lees: mensen aanwezig die kunnen gebaren of een heel duidelijk mondbeeld hebben).
Daarom vind ik het ook zo goed als horende mensen eens aan den lijve ervaren hoe het is om in een gezelschap te zijn waar je het gesprek niet kunt volgen.

Tot slot, wat ik bij mezelf ervoer: ik vond deze dame best wel zielig, dat ze niet kon meedoen aan het gesprek.
Wat zij meemaakte is voor ons doven bijna dagelijkse realiteit. Ik kan me daarom goed voorstellen als ze het lastig vond en zich misschien een beetje opgelaten voelde. Dus ik neem mijn petje voor haar af, dat ze rustig bleef zitten en niet is gaan afwassen ;-)












































dinsdag 16 augustus 2016

Met handen en voeten

Al ruim een week zitten we aan de Spaanse kust. Helemaal geen straf als ik lees hoe wisselvallig het weer is in Nederland.
Het is erg leuk hier en we hebben al een paar uitstapjes gedaan. De leukste tot nu toe was de boottocht naar een eilandje voor de kust van Costa Blanca, waar vroeger piraten zaten.

Veel mensen zullen zich nu wellicht afvragen hoe we dat doen, met mensen in het buitenland communiceren. Dat gaat niet zo heel anders als horenden het doen.
Als je niet zo goed Engels kent, is het onhandig denkt men.
Maar met handen en voeten kom je ver...
Zo waren we vanmiddag naar een kartcentrum. Mulan, onze dochter van bijna 9 jaar,  wilde wel eens karten, maar je kon er ook op een quad racen. Dat zag er beiden leuk uit, en omdat ze geen keuze kon maken, kochten we twee tickets voor haar (ach ja, het is vakantie he)
Ze ging eerst op de quad, en ze vond het toch wel erg spannend. Vooral als je een heuveltje op moest, moet je van te voren extra gas geven, en dat durfde ze niet zo goed. Dus dat ging langzamer dan ze zelf voor ogen had.
Na een minuut of vijf vond ze het welletjes. We zagen dat ook al aan haar, dus gebaarden we op grote afstand: 'wil je stoppen?' En dat liet ze zich niet twee keer gebaren, ze ging meteen aan de kant.
Maar ze had de ticket voor het karten nog, en daar had ze geen zin meer in.
'Snelheid is niet mijn ding', zei ze een beetje verontschuldigend (net haar moeder ;-)).
Dus ik stelde Nico voor om te kijken of we haar ticket konden omruilen voor een volwassen ticket, dan kon Nico nog even racen.
In mijn hoofd zat ik al na te denken hoe ik dit moest vragen in het Engels. Vooral het woordje
-ruilen- wist ik niet zo goed meer.
Dus ik zeg tegen Nico: hoe maken we het duidelijk?
Nico gebaart heel simpel; hij wijst naar Mulan, maakt dan met lichaam en mimiek duidelijk dat ze   rijden heel eng vind, en wijst vervolgens op het ticket, gebaart -omwisselen- (heel simpel duidelijk
universeel gebaartje eigenlijk) en wijst dan op zichzelf.

Zo gebaard, zo gedaan. De vrouw achter de kassa begreep het meteen, en wisselde de ticket zonder problemen om. Zo simpel kan het zijn.

Ik ben zelf opgegroeid met gesproken taal. Tot mijn 33e heb ik nooit Gebarentaal gebruikt.
Als kind werd mij verteld dat goed kunnen praten erg belangrijk is.
Want:  "je moet toch kunnen vertellen aan de slager dat je een pond gehakt wilt".
En omdat iedereen in mijn directe omgeving sprak, en ik nooit mensen zag gebaren, vond ik dat ook een heel vanzelfsprekend iets. Ik heb dus geleerd om me aan te passen aan mijn omgeving en mijn stem te gebruiken in de communicatie met mensen.
Bij Nico zie ik dat ook wel, maar zijn stem is voor onbekenden moeilijk te verstaan. Hij gebruikt daarom meer gebaren erbij, en kan alles goed visueel uitbeelden.
Zoals bij die vrouw aan de kassa; binnen een paar seconden hadden we een ander ticket. Als ik dit met mijn gebrekkige Engels had moeten regelen, stonden we er vijf minuten later nog zonder dat duidelijk werd wat we wilden.

Ik probeer altijd met mijn schools-Engels te communiceren in het buitenland. Dat gaat best wel goed, mensen kunnen me aardig verstaan. Probleem echter is dat ik reacties krijg die ik vervolgens niet versta. En kom je ook niet veel verder.
Dan zie ik dat Nico met zijn gebaren veel sneller zaken duidelijk krijgt.
Hierdoor ervaar ik steeds meer dat goed praten helemaal niet hoeft. Je kunt ook communiceren zonder spraak, je hebt echt geen goede stem nodig om iets te willen zeggen.

Sterker nog: als iedereen in de wereld leerde communiceren middels gebaren, dan waren alle dove mensen in 1 klap van hun beperking af. Want dat is het enige wat doven beperkt: gesproken taal.






zondag 7 augustus 2016

VIP behandeling

Nog 1 nachtje slapen, en dan ga ik met mijn gezin op vakantie naar Spanje. Deze keer gaan we met het vliegtuig.
We hebben een leuke villa geboekt via een particulier, en zelf de reis geboekt naar Spanje via een bekende Ierse vluchtmaatschappij.
Als je vluchten gaat boeken via internet, kun je aangeven of je speciale assistentie nodig hebt. Voor als je bijvoorbeeld in een rolstoel zit, of als je blind bent, en dus ook als je doof bent.
Assistentie bij een rolstoel begrijp ik wel, bij blind begin ik al een beetje te twijfelen, maar doof? Waarom zou ik extra assistentie nodig hebben?

Ik heb hier wel ervaring mee, ontzettend hilarisch was het, maar ook vreselijk idioot!

Vorig jaar was ik op een zakelijk reisje samen met mijn compagnon, Tom. We hadden een training verzorgd in Turijn (Italië), en gingen weer terug naar huis. Op het vliegveld stond een hele lange rij voor de balie.
Daar hadden we echt geen zin in, dat we zo lang moesten wachten.We waren best moe van de hele week lesgeven. We hadden voorheen geen speciale assistentie aangevraagd, maar toen zag ik ineens naast onze balie een balie voor gehandicapten. Ik zei tegen Tom: "Zullen we ons daar melden? Dan hoeven we niet te wachten".
Nu heeft Tom een bloedhekel aan een speciale behandeling, maar hij had ook geen zin in lang wachten en ging ermee akkoord.
Dus wij liepen naar dat loketje, en vertelden aan de vrouw dat we wilden inchecken en doof zijn.
De vrouw was erg behulpzaam, vroeg onze identiteitsbewijzen en gaf ons de tickets. Daarna vroeg ze ons om plaats te nemen op stoelen die ze ons aanwees.
Dit vonden we wel vreemd. We dachten namelijk dat we nu gewoon naar de gates konden, maar we moesten even wachten. Ik vond het wel grappig, was benieuwd wat er ging gebeuren. Tom kon er niet zo goed tegen, voelde zich opgelaten.
Na een paar minuten kwam er een meneer, die ons met wat gebaren (zo van: 'kom..') aangaf om met hem mee te lopen. We werden geleid naar de gates, en dat was eigenlijk best wel raar. Dat konden we zelf toch ook wel vinden? We probeerden met die meneer te communiceren, maar hij gebaarde alleen maar: "kom..., kom..".
Bij de gates aangekomen, gingen we door een speciale gang en kwamen we uit in een apart afgesloten wachtkamer. Er zaten wat mensen, een vader met twee kinderen (een van de kinderen had een gebroken beentje), een ouder echtpaar (geen idee waarom ze daar zaten) en wij.
Er stonden van die lekkere luie stoelen, dus ik maakte het mezelf makkelijk. Ik vond het best wel leuk, deze VIP behandeling. Nou moet ik wel zeggen dat ik verwacht had een kopje koffie erbij te krijgen, maar dat gebeurde helaas niet. Het blijft een vliegveld..
Na een tijdje kreeg Tom er genoeg van. Hij vond het verschrikkelijk en begreep niet waarom we apart gezet werden. Hij probeerde vragen hierover te stellen aan het personeel wat daar achter een tafeltje zat, maar zij gaven aan dat we moesten blijven zitten. Er was niemand die kon gebaren, dus communicatie bleef lastig.
Na een tijdje was ik het ook beu. Er was niet zoveel te beleven in de wachtkamer. Dus we liepen naar de dienstdoende medewerker en gaven aan dat we even rond wilden wandelen in het shopping-gedeelte. Dat kon gelukkig wel, hij zei op welke tijd we terug moesten zijn en we gingen even rondneuzen.
Tom ging het liefst terug naar de reguliere gates, maar ik wilde weten wat er ging gebeuren als we in de aparte wachtkamer bleven, dus keerden we ruim op tijd terug.
Toen het zover was, werden we weer opgehaald door een man die ons naar de uitgang van de gate zou brengen. Er stond een hele lange rij voor de uitgang, en we werden doodleuk naar voren geleid. Ik kreeg er een beetje hysterisch de slappe lach van, want waarom zouden we nou zo apart behandeld moeten worden?
Tom was het liefst door de grond gezakt, hij vond het vreselijk. Maar ik relativeerde alles en zei tegen hem dat hij nu niet in de rij hoefde te staan, dat we een VIP behandeling kregen. Leuk toch!
Maar nu komt het!

....

Toen we bij de uitgang naar buiten liepen, stond er een auto klaar voor ons. Het was een soort Paus-mobiel, zo'n vierkant hoog model. We konden instappen en werden naar het vliegtuig gereden die 100 meter verderop stond! 100 meter!! Het was een ritje van pakweg 6 seconden....
En toen begon ik me wel af te vragen wat hier nu de bedoeling van was?
Hoezo met de auto naar het vliegtuig? We kunnen toch ook lopen? We kunnen toch ook in de rij staan?
Dit had ik dus helemaal niet verwacht.
Ik dacht bij speciale assistentie aan een gebarentaal-vaardige assistent. Iemand die bij veranderingen in informatie ons zou komen informeren. Iemand die, als er omroepen waren die voor ons van belang was, dit zou vertalen.
Maar de manier zoals Tom en ik meemaakten, is het toppunt van betutteling.
Het is niet op een gelijkwaardige manier omgaan met mensen die doof zijn. Want op geen enkele wijze zijn we geïnformeerd over de vlucht, welke gate we moesten hebben, hoe lang het nog duurt etc.
Als we de reguliere route hadden genomen, dan hadden we voldoende informatie gekregen via de digitale info-borden die overal hangen.
Maar nu werden we behandeld als kleine kinderen: "kom maar mee, ik zorg wel voor je"
Deze speciale assistentie is dus niet zoals het zou moeten zijn.
Het enigste wat een doof persoon nodig heeft bij speciale assistentie, is dat nieuwe informatie goed overgebracht wordt. Het lijkt me heel simpel op te lossen en hierbij heb ik dan ook een tip voor alle luchtvaartmaatschappijen:
Als een doof persoon een verzoek om speciale assistentie indient, vraag dan naar het mobiele nummer van die persoon. Zet dit nummer in een systeem dat ervoor zorgt dat nieuwe informatie of wijzigingen via SMS doorgegeven wordt.
Meer is echt niet nodig. We zijn gewoon doof, en dat is alles. We kunnen lopen, we kunnen zien en we kunnen ook in de rij staan.

Maarrrr... dat neemt niet weg dat ik dit voor een keertje wel leuk vond.
Eens kijken hoe lang die rijen voor de balie morgen zijn... ;-)


zondag 31 juli 2016

Wees blij dat je doof bent..

Soms zegt men weleens tegen mij: 'wees blij dat je doof bent.... de kinderen maken zo'n herrie / die zangeres zingt vreselijk / de muziek in de winkel is zo hard / de buren maken zo'n kabaal en vul zelf maar in..

Wat ik me dan afvraag;
Zegt men ook tegen een invalide: 'wees blij dat je in een rolstoel zit, want dan heb je altijd een parkeerplek'?  :-0
Of is er iemand die weleens heeft gezegd tegen een blinde: 'wees blij dat je niks ziet, want de wereld is in je fantasie mooier dan in real life'??
Mijn fantasie slaat een beetje op hol als ik erover nadenk, en dan stel ik me voor dat ik tegen een spastisch persoon zou zeggen: 'wees blij dat je je spieren niet onder controle hebt, want dan wordt nooit iemand boos op je omdat je iets omstoot'...tja...
Dat is toch niet voor te stellen, dat je zulke opmerkingen maakt?
Toch is het een opmerking wat ik zelf vaak gehoord heb: 'wees blij dat je doof bent...'
Of een andere opmerking die ik, als dove met een goede verstaanbare stem, krijg: 'heerlijk dat het niet opvalt dat je doof bent'.
Wat ik me afvraag: waarom doen mensen dat?
Moet ik blij zijn met mijn beperking? Moet ik dankbaar zijn, dat jij wel kan horen en ik niet?
En is het wel handig, om een beperking te hebben die niet opvalt?

Tot mijn 30e heb ik in een horende wereld geleefd, met vooral gesproken taal om mij heen. Taal die voor mij niet vanzelfsprekend toegankelijk is. Daarover heb ik al een beetje verteld in mijn eerste blog: 'Tweedehands'.
Toen ik puber was, zat ik op een reguliere middelbare school in Geleen. Ik wilde hetzelfde zijn als de rest, opgaan in de massa, en deed behoorlijk mijn best om niet op te vallen als dove.
Dat ging ook best wel goed. Ik heb geen opvallende 'dovenstem', en mijn hoorapparaten zaten netjes verborgen achter mijn lange haren.
Maar ik heb me nooit zo eenzaam gevoeld als in die tijd. Ik had in die tijd gelukkig een leuke klas. Maar ik denk dat mijn klasgenoten zich nooit gerealiseerd hebben hoeveel ik miste. Er werden vaak grapjes gemaakt en als de hele klas begon te lachen, dan deed ik dat ook. Alleen had ik nooit enig idee waarom de klas lachte.
Of op kamp, ik ben in mijn hele leven twee keer op kamp geweest. 1 keer toen ik een jaar of negen was en 1 keer op de middelbare school, in de derde klas geloof ik.
Voor mij waren het traumatische ervaringen.
Vooral mijn eerste kampervaring, met de Scouting, was afschuwelijk.
De groepsleidsters realiseerden zich niet dat ik niet alles kon volgen, hoewel ze wisten dat ik doof ben. Maar dove kinderen zijn heel goed in aanpassen en doen gewoon na wat iedereen doet.  Hierdoor valt het niet op dat een doof kind niet verstaat wat er gezegd wordt.
Voor mij was alles toen heel onduidelijk. Ik begreep niet wat er allemaal gezegd werd en op een dag moest ik afwassen en ik dacht dat het een straf was. Jaren later realiseerde ik me pas dat er een rooster opgesteld was, dat iedereen om beurten moest afwassen.
Gevolg was wel dat ik hierdoor ontzettende heimwee heb gehad. Ik kon als kind niet duidelijk maken wat ik nodig had, dat men duidelijker naar mij moest communiceren.

Mijn tweede kampervaring was niet zo erg, ik was inmiddels wat ouder (15-16 jaar) en weerbaarder.
Maar ik heb er totaal geen herinneringen aan. Als ik eraan terug denk, weet ik nog die ellendig lange wandeling in de bossen van de Ardennen en dat is het. Verder verstond ik niks van alles wat er gebeurde, liep ik continue achter feiten aan en grapjes gingen langs me heen. Ik kon geen aansluiting krijgen in de groep en was blij als ik naar bed kon.

En dat is lastig als je van nature een spontaan persoon bent.
Ik hield me op de achtergrond, maar dat druiste zo tegen mijn natuur in. Alleen deed ik niks, omdat ik zo bang was om af te gaan in de communicatie.
Want het gebeurde vaak genoeg: Hey Iris, hoe was je weekend? en dat ik dan antwoord gaf op de gok: 'ja hoor'
Natuurlijk zei ik wel vaak op zijn Limburgs: 'wablief?', maar na twee keer herhalen, durfde ik niet meer te zeggen dat ik het niet had verstaan, en deed ik maar alsof.

Mensen begrijpen dat niet en men zegt dan ook altijd; 'je moet het gewoon zeggen als je het niet verstaat'.  Echter is dat makkelijker gezegd dan gedaan.
Een paar jaar geleden had ik samen met mijn dove collega's een studiedag georganiseerd op een dovenschool. De studiedag zou gaan over dovencultuur.
De voorzitter van die dag, opende de studiedag in Gebarentaal. We hadden de tolken even verstopt, en waren benieuwd hoe lang het zou duren voordat iemand zou aangeven dat de voordracht niet te volgen was.
Dat duurde ongeveer tien minuten. Ik zag wel dat er enig rumoer ontstond in het publiek, beetje gefluister onderling, maar niemand die wat zei.  Uiteindelijk stond er iemand op om te zeggen dat hij het niet kon volgen.

En dat zijn mensen die elke dag tegen dove leerlingen zeggen:
'je moet het aangeven als je het niet verstaat.... '
Alleen, zo simpel werkt dat dus niet.

Wil je dat zelf aan den lijve ervaren? Dan adviseer ik je om een avondje een biertje te gaan drinken in het gebarencafé.
En probeer dan eens te volgen wat de doven onderling gebaren. Als je het niet begrijpt, probeer het dan maar eens aan te geven. En bekijk even hoe vaak je durft te zeggen dat je het niet verstaat.
Moeilijk he?

(informatie over gebarencafés: www.gebarencafe.nl)